Stripverhalenserie: Kwik Kwek en Kwak
Titel: Stormdansers
Volgnummer: DJ.V33b ( V34b - CB.A16b )
Titel in originele taal:Storm dancers
Eerste regel:Het aanbreken van de lente
Code: H 9212
Eerste publicatie in: NLDD 92-13
Datum eerste uitgave: 03-92
Lengte in pagina's: 12
Vernieuwde versie: Hertekening
 Het origineel is: [KW.V5a]
Tekenaar: Daan Jippes
Schrijver: Carl Barks
Uri 3zc0to
Stripboeken:
1.85+6
14.22+34
15.7+10
Stripbladen:
NLDD:1992-13
Samenvatting: De Jonge Woudlopers zijn droevig omdat de winter voorbij is. Ze kunnen nu niet meer schaatsen, iglo's bouwen of wakken maken. Ze kijken wel uit naar de zomerkampen en geven de inwoners van Duckstad een demonstratie over hoe ze van gras een tent kunnen bouwen. Ze vlechten vellen van grassprieten en naaien de vellen aan elkaar. Morgen moeten de Jonge Woudlopers echt weer naar school en Kwik, Kwek en Kwak lopen boos naar huis. Ze willen helemaal niet naar school en ze bedenken dat als er erg slecht weer zou komen ze niet naar school zouden hoeven. Ze besluiten daarom om zelf noodweer te maken. In het Jonge Woudlopershandboek staan de instructies om noodweer te maken. Samen met de Jonge Woudlopers dansen ze dans nummer zeven uit het boek. Dans nummer zeven is de Zwartvoet-boogie die gedurende tien minuten regen oplevert van in totaal één centimeter water. Ze dansen de dans, maar het begint enorm te stormen en de politie waarschuwt zelfs voor wervelstormen. Ze ontdekken echter dat ze niet dans nummer zeven uit het boek gedanst hebben maar dans nummer negen. Kwik heeft zich vergist en hij heeft de Comanche-Indianen bergenverzetter dans voorgelezen. Er komt een wervelstorm aan en de Jonge Woudlopers worden van de grond getild. Ook het schoolgebouw wordt vernietigd en ze vliegen tussen het puin van de school door de lucht. Ze vliegen samen met de koelkast uit de kantine door de lucht en klimmen op de mat uit de gymzaal. Als de wind minder wordt, dalen ze op de mat langzaam neer, maar botsen wel hard tegen een hooiberg. Als ze in het hooi liggen, stort een enorme stapel schoolboeken op hen neer. Ze zijn bang dat iedereen boos op hen zal zijn en dat ze verstoten zullen worden. Er waait echter een krant langs hen heen waarin ze het weerbericht lezen. Er staat dat er een wervelstorm aan zal komen en ze beseffen dat zij die niet veroorzaakt hebben. Ze zijn blij en pakken de schoolboeken bijeen. Als ze terug bij de overblijfselen van de school komen, vertellen de leraren aan de burgemeester dat de lessen niet door kunnen gaan omdat er geen lesmateriaal is. Als de Jonge Woudlopers de boeken terugbrengen zijn de leraren blij en vertellen hun dat morgen de lessen door zullen gaan in de noodschool. De leraren hebben een noodschool van gras gebouwd net zoals zijzelf gedemonstreerd hebben. De Jonge Woudlopers zijn totaal verbaasd.