1186. Familie Snoek
2. Tweede reeks (5)
2.1. De familie Snoek
Jaar van eerste uitgifte:   1957
Uitgever: Standaard
1 V1 1 De weldaden der techniek
2 V24 1 Een aanwinst
3 V17 1 De rustverstoorder
4 V23 1 Het vrome leugentje
5 V27 1 Voor rede vatbaar
6 V33 1 De laureaat
7 V31 1 Een moedige redding
8 V8 1 Ieder zijn plezier
9 V13 1 Non stop recht door!
10 V22 1 Aan het verkeerd adres
11 V36 1 Een andere vader
12 V38 1 Toenadering
13 V40 1 Het huwelijksaanzoek
14 V37 1 Het weke hart
15 V43 1 Uit de omloop verdwenen
16 V44 1 Het laatste woord
17 V45 1 Koelbloedigheid
18 V50 1 Noodlottige improvisatie
19 V57 1 't Komt wel in orde
20 V55 1 Jong blijven
21 V53 1 De kerststemming
22 V64 1 De vakman
23 V65 1 Gezondheid te koop
24 V62 1 Sneller dan de wind
25 V66 1 De ouwe taaie
26 V69 1 Modern comfort
27 V67 1 De leerschool van het buitenland
28 V68 1 Wie een put graaft voor een ander...
29 V73 1 Het schijnmaneuver
30 V72 1 Zaken zijn zaken
31 V74 1 In duikvlucht
32 V76 1 Een kleine vergetelheid
33 V79 1 Het fonteintje
34 V90 1 Appartement te huur
35 V97 1 Buigen of barsten
36 V84 1 Nood breekt wet
37 V94 1 Een goed paard is zijn haver waard
38 V132 1 Goed begonnen is half gewonnen
39 V93 1 In der minne geregeld
40 V103 1 De torenbouwer
41 V102 1 De vreemde verschijning
42 V89 1 De ontvoering
43 V106 1 Gedeelde vreugd, dubbele vreugd
44 V108 1 Een cadeautje
45 V109 1 Heen en terug
46 V111 1 De vermenigvuldiging
47 V112 1 Ondank is 's werelds loon
2.2. Laat Snoek maar los!
Jaar van eerste uitgifte:   1957
Uitgever: Standaard
1 V114 1 Nieuwe bezems vegen schoon
2 V115 1 Al smedende wordt men smid
3 V116 1 De worstenkoning
4 V117 1 Bezieling
5 V118 1 De klip omzeild
6 V119 1 Gelijk 't lieken is, zo moet het gezongen worden
7 V121 1 't Werk looft de meester
8 V125 1 't Is kwaad kammen waar geen haar is
9 V126 1 Wie het lang heeft, laat het lang hangen
10 V127 1 Koelbloedigheid
11 V128 1 Het resultaat
12 V130 1 De wonderen zijn de wereld niet uit
13 V131 1 Beter kleine meester dan grote knecht
14 V135 1 Ieder is gelijk voor de wet
15 V138 1 De boodschap
16 V139 1 De blijde thuiskomst
17 V145 1 Onder dak
18 V148 1 Vriendschap
19 V143 1 Eet vis als hij er is
20 V150 1 Jagersbloed
21 V151 1 Bestelling aan huis
22 V152 1 Zo valt men met zijn neus in de boter
23 V153 1 Niets is te klein voor een groot man
24 V155 1 Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst
25 V157 1 Het zwakke geslacht
26 V158 1 Iedere vogel spreekt zijn eigen taal
27 V159 1 Het gemak dient de mens
28 V162 1 Elke gape naar zijn mond groot is
29 V160 1 Het geluk komt in de slaap
30 V163 1 Alle beetjes helpen
31 V164 1 Nood doet wonderen
32 V165 1 Grote heren hebben lange handen
33 V166 1 Een blij gemoed doet 't leven goed
34 V168 1 In slechte papieren
35 V169 1 Samen uit, samen thuis
36 V170 1 De grote vissen eten de kleine
37 V171 1 Geen rozen zonder doornen
38 V172 1 List gaat boven geweld
39 V173 1 Een warme ontvangst
40 V175 1 Praatjes vullen geen gaatjes
41 V176 1 Het is steeds seizoen om wel te doen
42 V177 1 Het ei van Columbus
43 V178 1 Baat het niet, dan schaadt het niet
44 V183 1 Baas boven baas
45 V186 1 Genoeg is meer dan overvloed
46 V184 1 Die geen koe heeft, melkt zijn kat
47 V185 1 Maak u niet dik, want dun is de mode
2.3. Snoek geeft katoen
Jaar van eerste uitgifte:   1957
Uitgever: Standaard
1 V188 1 Zonder water draait de molen niet
2 V192 1 De oude rat in de val
3 V194 1 Op zijn gemak komt men ook ver
4 V195 1 Wie kaatst moet de bal verwachten
5 V197 1 Ieder verdedigt zich op zijn manier
6 V199 1 't Is beter te buigen dan te barsten
7 V200 1 Die gauw gelooft, is gauw bedrogen
8 V201 1 Die wind zaait, zal storm oogsten
9 V202 1 Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst
10 V203 1 Die de pap aanbrandt moet ze eten
11 V207 1 De pij maakt de monnik niet
12 V208 1 De deugd beloont zich zelve
13 V210 1 Wie streeft naar het goed, is goed
14 V212 1 Gauw en goed gaan niet samen
15 V214 1 Een vreemde eend in de bijt
16 V215 1 Nieuwe meesters, nieuwe wetten
17 V216 1 Aalmoezen geven verarmt niet
18 V217 1 Magere luizen bijten scherp
19 V218 1 Eendracht is der steden sterkte
20 V219 1 Laat nu de kat maar komen
21 V221 1 Goed bloed kan niet liegen
22 V222 1 Op een vollen buik staat een vrolijk hoofd
23 V223 1 Die distels zaait, zal stekels maaien
24 V224 1 Alle begin is moeilijk
25 V225 1 Die slaapt vangt geen vis
26 V226 1 Er is altijd baas boven baas
27 V228 1 Tegen boze honden boze knuppels
28 V230 1 Hoe meerder vijand, hoe groter zegepraal
29 V231 1 Oude hanen zijn moeilijk te plukken
30 V232 1 Grote heren, grote kleren
31 V233 1 Geen dag zo schoon, of men ziet wel een wolkje
32 V234 1 In de nood kent men zijn vrienden
33 V235 1 Een goede buur is beter dan een verre vriend
34 V236 1 Wie het breed heeft, laat het breed hangen
35 V237 1 Die wel gedijt, die wordt benijd
36 V238 1 De koe is nooit zo bont, als zij wel geschilderd wordt
37 V240 1 Sparen doet garen
38 V241 1 Arbeid schept rijkdom
39 V242 1 Wie wel doet, wel ontmoet
40 V243 1 Niemand is profeet in zijn eigen land
41 V244 1 Geen genuchten zonder zuchten
42 V245 1 De stoutste wezels zuipen de eieren uit
43 V247 1 Er moeten zowel martelaren als apostelen zijn
44 V248 1 Naardat de gast is, wordt er opgedist
45 V249 1 Voor één man staat de processie niet stil
46 V251 1 Alle lofzangen hebben een einde
47 V250 1 Een valse pijp bederft gans het orgelspel
2.4. Snoek heeft ambras
Jaar van eerste uitgifte:   1957
Uitgever: Standaard
1 V253 1 De beste stuurlui staan aan wal
2 V254 1 Het einde kroont het werk
3 V255 1 Baat het niet, dan schaadt het niet
4 V256 1 Geen genuchten zonder zuchten
5 V258 1 Achteros komt ook in de kraal
6 V259 1 Alle vis is geen bakvis
7 V260 1 Ieder diertje zijn pleziertje
8 V264 1 Als de nood het hoogst is, is de redding nabij
9 V265 1 Een kinderhand is gauw gevuld
10 V266 1 Geduld gaat boven geleerdheid
11 V268 1 Uit nood roert de kat haar poot
12 V270 1 Goed ingespannen is half gereden
13 V272 1 Men vangt geen snoeken met droge broeken
14 V274 1 't Is allemaal geen appelsap
15 V276 1 Hoe edeler hals hoe buigzamer knie
16 V277 1 Zonder strijd geen overwinning
17 V278 1 De witte rok maakt de molenaar niet
18 V279 1 Aan het werk kent men de meester
19 V280 1 Waar geen kat is, tieren de muizen
20 V283 1 Wie zich een goed bed spreidt, slaapt zacht
21 V284 1 Intijds voorzien baat vele lien
22 V286 1 Goede dienst blijft niet onbeloond
23 V289 1 Als de herder doolt, dolen de schapen
24 V299 1 Niets met haast als vlooien vangen
25 V293 1 Het is goed koken in andermans keuken
26 V294 1 Bij moeilijke heren is veel te leren
27 V295 1 Geluk en glas breekt even ras
28 V297 1 Tegen de stroom is 't moeilijk roeien
29 V302 1 Die te goed is, verliest zijn beetje
30 V303 1 Elk heeft zijn pop, waarmee hij speelt
31 V304 1 De beste smid slaat wel eens op zijn duim
32 V306 1 Het heil des volks is de hoogste wet
33 V308 1 Gelukkig man die een ambacht kan
34 V309 1 Men vangt geen snoeken met droge broeken
35 V311 1 Des werelds goed is eb en vloed
36 V312 1 Ieder is de smid van zijn eigen geluk
37 V313 1 Een oude rat vindt licht een gat
38 V316 1 Op zijn gemak komt men ook ver
39 V319 1 Eigen benen zijn de sterkste steun
40 V321 1 Alle schoten zijn geen eendvogels
41 V322 1 Niets is zeker dan dat niets zeker is
42 V323 1 Een kinderhand is gauw gevuld
43 V327 1 Leerlingen zijn geen kunstenaar
44 V328 1 Die niet volhardt wordt geen ridder
45 V329 1 Schone appels zijn ook wel zuur
46 V330 1 Waar twee ruilen, moet er een huilen
47 V332 1 Niets zo duur als het eerste pintje
2.5. Snoek wordt snugger
Jaar van eerste uitgifte:   1957
Uitgever: Standaard
1 V341 1 Wie voorwaarts wil, steekt het hoofd in de wind
2 V342 1 Snelle raad doet zelden baat
3 V343 1 Men wint zijn goed, met zweet en bloed
4 V344 1 Geluk en glas breekt even ras
5 V345 1 Mensen zijn geen engelen
6 V347 1 Die gauw gelooft, is gauw bedrogen
7 V348 1 Één keuken kan geen twee koks bevatten
8 V352 1 Een goede zeeman wordt ook wel eens nat
9 V355 1 Men tergt de hond zolang, tot hij eens bijt
10 V377 1 Die 't al begeert, krijgt hoofd noch steert
11 V334 1 Als de herder doolt, dolen de schapen
12 V369 1 Eerste gewin is kattegespin
13 V358 1 Lieve kinderen mogen wel een potje breken
14 V360 1 Men kent een goed paard aan zijn draven
15 V363 1 De reinen is alles rein
16 V364 1 Angst is een slechte raadgever
17 V378 1 Als het kleed gemaakt is ziet men de fouten
18 V368 1 De wijn maakt mal, maar weert de gal
19 V356 1 Die wat vindt, mag het oprapen
20 V379 1 Het loopt niet altijd door een gootje
21 V380 1 Uit nood roert de kat haar poot
22 V366 1 Die schertsen wil, moet scherts verstaan
23 V373 1 Die 't gevaar bemint, zal er in vergaan
24 V374 1 Men zal wel rijden, maar zien en mijden
25 V371 1 't Zijn niet al vrienden die op u lachen
26 V375 1 Verlegenheid zoekt list
27 V381 1 Hij is wijs en wel geleerd, die alle ding ten beste keert
28 V390 1 Een kwade makker maakt een rakker
29 V326 1 Zonder vlijt geen profijt
30 V291 1 Hoe gekker gebrouwen, hoe beter bier
31 V383 1 Niets is zo erg als het lijkt
32 V362 1 Geen paar zo raar of 't lijkt elkaar
33 V403 1 Beleefdheid schaadt nooit
34 V400 1 Die zichzelf helpt, is 't eerste klaar
35 V402 1 Snelle raad doet zelden baat
36 V354 1 Genoeg is meer dan overvloed
37 V337 1 Goed willen is goed kunnen
38 V338 1 Beter een wijze nar, dan een dwaze wijze
39 V385 1 Geen beter leven dan een goed leven
40 V386 1 Tegen grote ziekten, grote remedies
41 V387 1 Recht door zee is de beste weg
42 V388 1 Die te wijd gaapt, verstuikt zijn mond
43 V392 1 Als het komt, komt het ineens
44 V393 1 Beheerste kracht is de sterkste
45 V394 1 Achter de wolken schijnt de zon
46 V399 1 Niets weten is het veiligst geloof
47 V404 1 Deugd alleen maakt ware adel