Stripverhalenserie: Kwik Kwek en Kwak
Titel: Tijd voor ahornstroop
vorige DJ.V33b volgende (De Duck stripverhalen van Daan Jippes)
vorige V22b volgende (Stripverhalen van Kwik Kwek en Kwak)
vorige CB.A10b volgende (Reconstructies van Carl Barks)
Volgnummer: DJ.V33b ( V22b - CB.A10b )
Titel in originele taal:Maple sugar time
Code: H 9401
Eerste publicatie in: NLDD 94-47
Datum eerste uitgave: 11-94
Lengte in pagina's: 13
Vernieuwde versie: Hertekening
 Het origineel is: [TS.V103a]
Tekenaar: Daan Jippes
Schrijver: Carl Barks
Uri rj2nhc
Stripboeken:
1.93+3
16.24+15
Stripbladen:
NLDD:1994-47
Samenvatting: De Jonge Woudlopers zijn samengekomen om te bedenken hoe ze geld bijeen kunnen krijgen voor hun liefdadigheidsfonds voor gepensioneerde postduiven. Vorig jaar hebben ze een pannenkoekontbijt gehouden en dat willen ze niet weer doen. Kwik, Kwek en Kwak hebben gehoord dat de gemeente Duckstad toestemming gegeven heeft om in het Kandijpark sap van de esdoorns af te tappen. Van dit sap kan ahornstroop voor de pannenkoeken gemaakt worden en die stroop kunnen ze mooi verkopen. In het geldpakhuis is er een raampje stuk en Oom Dagobert probeert het dicht te krijgen met zakken geld. Hij heeft echter net niet genoeg geld om met zijn berg van zakken geld het raampje te bereiken en hij moet daarom snel nog wat geld verdienen. Als hij Kwik, Kwek en Kwak op straat over hun plan hoort zingen, gaat hij ook met een stel emmers op weg naar het park. Onderweg houdt hij Kwik, Kwek en Kwak tegen door een paar emmers over hun hoofd te doen. Donald ziet hen, maar is zelf ook op weg naar het park en bevrijdt hen niet. Ze worden bevrijdt door de hopman en de Jonge Woudlopers snellen ook naar het park. Daar zien ze dat Oom Dagobert alle esdoorns aan het begin van het park bezet heeft en dat een tweede groep esdoorns door hun oom Donald bezet is. Het laatste bosje esdoorns is tot hun schande bezet door de Roodkapjepatrouille en voor henzelf blijft maar één klein arm esdoornboompje over. Ze boren er toch een gaatje in om te kijken of er sap uit komt. Oom Dagobert versnelt het proces van het aftappen van het sap door met een melkmachine het sap uit de bomen te zuigen en Donald knijpt met zijn grijper op een tractor het sap eenvoudig uit de bomen. Bij de Jonge Woudlopers komt er alleen een pinda uit het boompje dat hol blijkt te zijn. Donald heeft al een grote kuip vol met sap, maar het valt hem op dat het peil van het sap alleen maar lager wordt ondanks dat hij er emmers sap bijgooit. Ook Oom Dagobert en de akela van de Roodkapjepatrouille zien dit bij hun eigen kuip met sap gebeuren. Ze denken dat ze bestolen worden en daarom stelen ze ook emmers sap van elkaar. Uiteindelijk is echter al hun sap weg en ze beschuldigen de Jonge Woudlopers ervan dat ze al hun sap gestolen hebben. Het zijn echter de Zware Jongens die in een boom zitten en met een slang het sap uit de kuipen gezogen hebben. Als ze het laatste beetje sap van Oom Dagobert stelen, wordt hun eigen kuip in de boom te zwaar en vallen ze met kuip en al uit de boom. Oom Dagobert, Donald en de akela nemen de Zware Jongens gevangenen en verwachten een grote beloning van de politie. De Jonge Woudlopers zijn droevig want zij blijven met lege handen achter, maar plotseling komt er een heleboel sap uit het kleine boompje. Het sap uit de kuip van de Zware Jongens stroomt in hun holle boompje en komt er via het gaatje weer uit. De Jonge Woudlopers krijgen een hele kuip vol met sap en maken vrolijk de hele nacht stroop die ze kunnen verkopen.